Onderstaande informatie is
afkomstig van de belastingdienst:
Emigratie en belastingen
Als u in
het buitenland gaat wonen, dan is er meestal sprake van
emigratie. Emigratie heeft gevolgen voor de heffing van de
inkomstenbelasting en de premieheffing volksverzekeringen. Als u
gaat emigreren is het belangrijk om te weten wanneer er sprake
is van emigratie.
Wanneer is er sprake van
emigratie?
Als u in
een ander land gaat wonen, is er meestal sprake van emigratie.
Het woord 'meestal' duidt erop dat niet in alle gevallen bij het
verlaten van Nederland sprake is van emigratie. Er zijn
situaties waarbij er voor de belastingheffing
geen sprake is van emigratie. In die situaties blijft de
Belastingdienst u als inwoner van Nederland beschouwen. De
informatie over de gevolgen van emigratie voor de belastingen en
premieheffing volksverzekeringen is dan niet voor u bedoeld.
Informatie met betrekking tot
emigreren en belastingen kunt u vinden bij de
Belastingdienst
onder de link ´Onderwerpen
voor Particulieren´.
Uit de informatie die te lezen valt op de website van de
belastingdienst wordt niet helemaal duidelijk in welk geval (en
waarom) u ervoor zal kiezen om als binnenlands
belastingplichtige behandeld te worden, daarom hieronder een
toelichting:
Binnenlands
belastingplichtige of buitenlands belastingplichtige ?
Allereerst dit overzicht:
Het volgende
wordt in Nederland belast (belastingverdrag Nederland -
Duitsland):
-
-
Inkomen uit onderneming voorzover verdiend in Nederland
-
Uitkering uit
overheidspensioen/VUT
-
-
-
-
Het volgende
wordt in Duitsland belast:
U heeft ná de emigratie nog inkomsten uit Nederland
Inkomsten uit Nederland zijn bijvoorbeeld inkomsten uit een (vroegere)
dienstbetrekking of uit onroerend goed.
Over de periode vóór het vertrek naar Duitsland moet u in
Nederland belasting betalen. U bent namelijk tot het moment van
vertrek binnenlandse belastingplichtige. Na uw emigratie heeft
nog bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld
inkomsten uit (vroegere) dienstbetrekking of onroerende zaken)
in Nederland. U moet hierover (dus over de Nederlandse inkomsten)
belasting blijven betalen in Nederland. U bent dan voor de
Nederlandse Belastingdienst buitenlandse belastingplichtige. Na
uw emigratie wordt u ook in Duitsland belastingplichtig. Over de
inkomsten die u in Duitsland (eventueel) gaat krijgen, moet u
daar belasting betalen.
U mag er in het jaar van emigratie altijd voor kiezen om
gedurende het hele jaar als inwoner van Nederland beschouwd te
worden. U wordt dan in het hele jaar van emigratie behandeld
alsof u binnenlandse belastingplichtige bent.
Als u na emigratie inkomsten uit Nederland hebt, en omdat je
gaat emigreren naar Duitsland, waarmee Nederland een
belastingverdrag heeft, mag u niet alleen in het jaar van
emigratie, maar ook in de jaren na emigratie ervoor kiezen om
behandeld te worden alsof u binnenlandse belastingplichtige bent.
Als u kiest voor behandeling als binnenlandse
belastingplichtige, moet u zowel in Nederland als in
Duitsland alle inkomsten (dus zowel de Nederlandse inkomsten als
de Duitse inkomsten: uw zogenoemde wereldinkomen) opgeven. U
hoeft echter niet over dezelfde inkomsten in beide landen
belasting te betalen.
Als u na uw emigratie nog wel
bepaalde Nederlandse inkomsten heeft, bent u voor de Nederlandse
inkomstenbelasting 'buitenlands belastingplichtig' of
vanaf 1 januari 2001 naar keuze fictief binnenlands
belastingplichtige.
Kiezen voor behandeling als
binnenlandse belastingplichtige kan voordelig zijn,
zeker als u in Nederland werkt (of andere inkomsten in Nederland
heeft) of als u een fiscale partner heeft. Deze keuze maakt u op
de 'Aangifte inkomstenbelasting'. Als u kiest voor behandeling
als binnenlandse belastingplichtige, blijft u bijvoorbeeld recht
houden op:
-
heffingskortingen (kortingen
op de belasting).
-
aftrek van (hypotheek)rente en
kosten van geldleningen voor de eigen woning in het
buitenland.
-
een heffingvrij vermogen in box 3.
-
persoonsgebonden aftrek, zoals aftrek van ziektekosten of
andere buitengewone uitgaven.
Als u
met uw fiscale partner beide kiest voor behandeling als
binnenlandse belastingplichtige, heeft u beiden meestal recht op
de genoemde voordelen. Bovendien kunt u dan bijvoorbeeld gebruik
blijven maken van uitbetaling van de heffingskorting aan de
minst verdienende partner.
Als u na uw emigratie nog wel
bepaalde Nederlandse inkomsten heeft, bent u voor de Nederlandse
inkomstenbelasting 'buitenlands belastingplichtig' of vanaf 1
januari 2001 naar keuze fictief binnenlands
belastingplichtige.
|
Uw hypotheek en de belasting |
Per 1 januari 2004 is er
iets veranderd op het gebied van de hypotheekrenteaftrek.
Vanaf die datum moet de overwaarde van uw huis gebruikt
worden voor de financiering van uw nieuwe huis.
Een voorbeeld: U heeft in
Nederland een huis ter waarde van 350.000, de restschuld van
uw hypotheek bedraagt 250.000 en u koopt een huis van
400.000. U heeft dus een overwaarde van 100.000, alleen de
hypotheekrente over 300.000 is dan nog afrekbaar van de
belasting
BIJLEENREGELING EIGEN WONING
De
bijleenregeling is een nieuwe regeling in de inkomstenbelasting
die er op toeziet dat de vrijgekomen overwaarde van de eigen
woning wordt geïnvesteerd in de nieuw aan te kopen woning. Dit
wordt bereikt door bij verhuizing naar een duurdere woning de
extra renteaftrek aan banden te leggen. Extra renteaftrek wordt
alleen toegestaan voor zover de aankoopprijs van de nieuwe
woning de verkoopprijs van de oude woning te boven gaat. In dit
artikel zullen wij een aantal veelgestelde vragen en antwoorden
ten aanzien van de bijleenregeling voor de eigen woning
behandelen. De bijleenregeling is met ingang van 1 januari 2004
in werking getreden.
Hoe zag de hypotheekrenteaftrek tot 1 januari 2004 eruit?
De rente van de lening voor de aankoop, het onderhoud of de
verbetering van de eigen woning was aftrekbaar. Als daarna de
schuld werd verhoogd was de rente over het verhoogde deel van de
schuld aftrekbaar als het geleende geld werd gebruikt ten
behoeve van de eigen woning (voor onderhoud of verbetering).
Hoe zit de nieuwe regeling in elkaar?
Indien door verhuizing naar een nieuwe duurdere woning de
hypotheekschuld wordt verhoogd, wordt de aftrek van de
hypotheekrente voortaan alleen toegestaan voorzover de
hypotheekverhoging nodig is om het verschil tussen de
aankoopprijs van de nieuwe woning (inclusief verwervingskosten)
en de opbrengst van de oude (na aftrek van kosten) te
financieren.
Iemand die dus de gemaakte winst over zijn oude huis niet
gebruikt voor de financiering van zijn nieuwe huis, maar
gebruikt voor het financieren van andere bestedingen dan de
eigen woning (consumptie en/of beleggingen), kan weliswaar een
hogere hypotheek afsluiten op zijn nieuwe huis, maar krijgt dan
te maken met een beperkte hypotheekrenteaftrek. De rente die
hoort bij het deel van de hypotheekschuld dat nodig is omdat de
'winst' op de oude woning niet is gebruikt om de woning te
financieren, is dus niet meer aftrekbaar.
Voorbeeld:
Stel dat iemand zijn woning verkoopt voor € 260.000 en het
restant van zijn hypotheekschuld bedraagt € 200.000. Vervolgens
koopt diegene een huis van € 350.000 (inclusief aankoopkosten).
De maximale hypotheek waarvoor renteaftrek geldt, bedraagt dan €
290.000.
Aankoopsom nieuwe woning € 350.000
Vervreemdingssaldo € 60.000 (€ 260.000 -/- € 200.000)
Eigen woningschuld € 290.000
Als in dit voorbeeld een hypotheek wordt afgesloten die hoger is
dan € 290.000, dan is de rente over dat hogere deel niet meer
aftrekbaar.
Wat gebeurt er bij
goedkoper wonen?
Ook indien u verhuist naar
een goedkopere woning, wordt u geconfronteerd met de gevolgen
van de bijleenregeling. Verhuist u naar een goedkopere woning,
dan zou dit volgens de hoofdregel betekenen dat wellicht voor
een deel geen renteaftrek kan worden verkregen over de nieuwe
hypotheek. Dit vond de wetgever onredelijk. Daarom is in de
bijleenregeling opgenomen dat bij een verhuizing naar
een goedkopere woning aftrek mogelijk blijft tot het bedrag van
de oude hypotheekschuld, tenzij de
verwervingskosten (aankoopprijs + kosten koper) van de nieuwe
goedkopere woning lager zijn dan de oude hypotheekschuld.
Uw overwaarde hoeft u bij verhuizen naar een goedkopere woning
dan niet (geheel) in te brengen, maar deze overwaarde moet u wel
'achter de hand' houden. De Belastingdienst ziet uw overwaarde
in die situatie als een Eigen Woning Reserve. Dit is een soort
fictieve rekening waarop uw overwaarde wordt geboekt. De Eigen
Woning Reserve blijft daar 5 jaar staan, waarna het vervalt.
Gaat u gedurende die 5 jaar echter verbouwen aan uw goedkopere
woning, dan kunt u de verbouwing niet meefinancieren met
renteaftrek zolang u nog een Eigen Woning Reserve hebt. U wordt
als het ware geacht uw overwaarde te gebruiken voor uw
verbouwing. Uw Eigen Woning Reserve neemt dan af met het bedrag
waarvoor u gaat verbouwen.
Voorbeeld:
Iemand verkoopt zijn huis voor € 250.000 en het restant van zijn
hypotheekschuld bedraagt
€ 150.000. Hij koopt een nieuwe woning voor € 200.000.
Omdat hij goedkoper is gaan wonen, mag hij voor de renteaftrek
een schuld van € 150.000 in aanmerking nemen. Dat bedrag is
immers gelijk aan de oude hypotheekschuld en is ook minder dan
de koopsom van de nieuwe woning.
Zijn eigenwoningreserve van € 100.000 (€ 250.000 minus €
150.000), neemt af met € 50.000. Immers, doordat hij een schuld
in aanmerking mag nemen van € 150.000, heeft hij € 50.000 in
zijn nieuwe woning gestopt.
Wat
gebeurt er bij het tijdelijk betrekken van een huurwoning of bij
vertrek naar het buitenland?
Bij de verkoop van de eigen woning en het betrekken van een
huurwoning of vertrek naar het buitenland is niet langer sprake
van een eigenwoningschuld. Het vervreemdingssaldo dat is behaald
bij de verkoop van de woning, wordt toegevoegd aan de
eigenwoningreserve. Na een periode van 5 jaar vervalt deze
eigenwoningreserve. Wanneer echter binnen een termijn van 5 jaar
na verkoop weer een woning wordt gekocht, dan zal de
eigenwoningreserve van de oude woning alsnog in aanmerking
worden genomen bij het bepalen van de maximale renteaftrek. Deze
maatregel is noodzakelijk om te voorkomen dat mensen proberen de
regeling te ontwijken. Bijvoorbeeld door de oude woning te
verkopen, tijdelijk te huren en dan weer een nieuwe woning kopen.
Wat gebeurt er als de oude woning met verlies wordt
verkocht?
Indien er na de verkoop van de woning toch nog een restschuld
over blijft, is de verschuldigde rente over een dergelijke
restschuld niet aftrekbaar in box I als rente ter zake van
eigenwoningschuld. Als de nieuwe woning bij een volgende
verhuizing (binnen 5 jaar) wel met winst wordt verkocht, wordt
het positieve vervreemdingssaldo aan de (negatieve)
eigenwoningreserve toegevoegd. Op deze wijze kan een verlies op
de eigen woning verrekend worden met de eventuele winst op de
volgende woning.
Hoe pakt de bijleenregeling bij echtscheiding uit?
Hierbij is het van belang of de woning al dan niet tot de (beperkte)
huwelijksgemeenschap behoort en of ook in de
huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding is opgenomen.
Uitgangspunt is dat als de woning tot de goederengemeenschap
behoort en de echtgenoten verkopen deze woning, zij beiden een
overwaarde kunnen realiseren. Is slechts één van de partners de
eigenaar en behoort de woning niet tot de (beperkte)
huwelijksgemeenschap, dan raakt de bijleenregelingalleen slechts
deze partner. Bevatten de huwelijksvoorwaarden een
verrekenbeding op grond waarvan de meerwaarde van de woning bij
echtscheiding toekomt aan de partner die geen eigenaar is, dan
kunnen de echtgenoten op gezamenlijk verzoek de
eigenwoningreserve verdelen naar de mate waarin zij feitelijk
gerechtigd waren tot de overwaarde.
Bron: Ministerie van Financiën
stand van zaken in januari 2004.)
Eigenwoningschuld
De schuld ter zake waarvan de rente als aftrekbare kosten met
betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen
(schuld waarvan de rente aftrekbaar is).
Vervreemdingssaldo eigen woning
Het verschil tussen de netto-verkoopopbrengst van een eigen
woning en de eigenwoningschuld met betrekking tot die woning. De
netto-verkoopopbrengst van een eigen woning is de
verkoopopbrengst verminderd met de kosten ter zake van de
verkoop, zoals makelaarscourtage.
Eigenwoningreserve
Het bedrag waarvoor bij aankoop van een nieuwe eigen woning geen
eigenwoningschuld kan worden aangegaan. Met andere woorden: het
bedrag dat "verplicht" voor de financiering van de nieuwe eigen
woning moet worden aangewend.